In de leengoederenlijst van de Abdij te Prüm: Van haar goederenbezit in Gelderland wordt genoemd 2 Huysackers met beide haeven (hoven?) in de buurschap Epse 'met mijns leenheeren consent gespleten uyt het keurmundige erff ende leengoet Ommekinck (de Withage)'.
Genoemd dd 27.07./6-08-1630, leenman is Henrick Ber(e)nts te Zutphen.
daarna diverse namen.
'10-01-1730 wordt genoemd Gerrit Henderickss Tabbertman, medenamens zijn vrouw Cunneken Gerritss. (voor een half deel). (Jan Berents is gebruiker/pachter voor de andere helft).
Op 7-12-1733 vernieuwt Gerrit H. Tabbertman de eed;en op 7-11-1735 doet Jan Berents dat voor zijn deel. Hulder is dr.Philip Carel Schomaker.
Jan Berents is de hovenier van Ter Hunnepe, is overleden in 1742. Zijn deel gaat over op zijn kinderen nl. Teunis Jansen (Hovenier op ter Hunnepe); en zijn broer Jan Jansen en zusters Berentjen en Jenneken Jansen.26-02-1742. Op 22-03-1742 vernieuwt G.H.Tabbertman de eed. Hij overleed sept.1744
Kunneken Garritsen, op 6-04-1745 hertrouwt met Garrit Jansen Nienhuis zij verkrijgt het goed dd 19-08-1745. Hulder is Jan Wolters.
Garrit Jansen Nienhuis overleed aug. 1751. Kunneken Garritsen hertrouwt 2-01-1752 met Willem Alberts Cloosterboer. Hij is hulder van half deel.
1-05-1753 krijgt Willem Alberts Cloosterboer de andere helft van de Withage van Teunis Jansen hovenier (en zijn broer en zusters).
1-11-1781 Willem Alberts Cloosterboer vernieuwt EED voor de beide helften.
21-06-1784, Gerrit Jan Gerritsen (genaamd Cloosterboer) is de hulder /pachter na de dood van zijn stiefvader Willem Alberts Cloosterboer.'
Bron: Dra A.J. Maris; Register van Leenkamer Klarenbeek (bij Arnhem) van Leen- Keurmedige en Tynsgoederen van de Abdij te Prüm die in Gelderland lagen. Uitgave Gelre Ver. tot beoefening Geld.Gesch. 1934. blz 89/90.
Hiermee is aangetoond dat Willem Aalberts, veelal Cloosterboer genoemd,
en dat deze rond mei 1784 moet zijn overleden.